Hoe Pleintje ontstond
Het begon, eerlijk gezegd, met een sluipend gevoel. Niet één moment, niet één tweet, niet één schandaal. Meer iets dat zich langzaam over een paar jaar aan je opdringt, zoals tochtigheid in een oud huis. Je merkt het pas als je een keer opstaat en denkt: het zit hier niet meer lekker. Iets is er weg.
Voor mij begon dat gevoel ergens halverwege 2023. X heette toen al X, en je kon nog niet goed uitleggen wat er anders was. De mensen die ik graag las, waren er nog. De gesprekken die ik leuk vond, gingen door. Maar de afstand tussen wat ik wilde zien en wat mij werd voorgeschoteld werd langzaam groter. Een bekende post werd verdrongen door iets schreeuwerigs van een vreemde. Een grapje van een vriendin verzoop tussen ruzie van mensen aan wie ze niets schuldig was. Iemand zei: dit is jouw tijdlijn. En dat klopte niet meer.
Een vriend en ik zaten in oktober 2024 op een terras in Utrecht. Het was eind van de middag, het zonnetje hing nog laag, en we hadden het over die alledaagse paniek die je nooit hardop uitsprak. Hij zei iets in de trant van: waar gaan we naartoe als dit klapt? En ik zat daar met mijn koffie en wist het niet. Ik wist ook niet of het ging klappen. Misschien blijft het zo. Of erger. Maar we wisten allebei dat we het wilden vermijden.
We hebben die middag wat namen rondgegooid. We waren ouderwets in onze gedachten. Iemand zei: een soort dorpsplein. Iemand zei: een café. Iemand zei: een bibliotheek. We konden ons er beelden bij voorstellen, maar geen knop, geen logo, geen werkelijkheid. Het bleef hangen tot het donker werd, en daarna gingen we weer naar huis omdat we onze kinderen moesten ophalen.
Wat zich daarna meldde, was niet zozeer een plan als wel een besef. Niemand ging dit voor ons bouwen. Niet de overheid, want die is daar niet voor. Niet een startup, want startups bouwen voor een afzet die niet bestaat. Niet een mediabedrijf, want die hebben in de afgelopen vijftien jaar tot vervelens toe bewezen dat ze de verleiding van een tijdlijn met advertenties niet kunnen weerstaan. Niet een Amerikaan, omdat het hen niet zou raken zoals het ons raakt. Als wij het niet zelf maakten, zou het er niet komen.
Toen werd het, beetje bij beetje, een idee. Geen revolutie en geen startup, maar een huis dat we voor onszelf wilden bouwen. Voor de mensen die we kenden, en voor de mensen die we nog niet kenden maar die hetzelfde gevoel hadden: dat ergens een plek zou moeten zijn waar het gesprek mag blijven.
Het werd geen revolutie en geen startup, maar een huis dat we voor onszelf wilden bouwen.
De naam
Over de naam hebben we langer gedaan dan over het idee. We wilden een Nederlands woord. We wilden dat het bescheiden klonk. We wilden dat het beeldend was. We hadden lijstjes met dingen als Hofje, Trottoir, Tegel, en op een zeker moment zelfs Stoepkrijt, waar mijn vrouw me hard om heeft uitgelachen.
Het werd Pleintje. Een verkleinwoord, en bewust geen pleintje‑pje. Een plein is groot. Daar lopen vreemden rond, daar houden politici toespraken, daar wordt geprotesteerd, daar staat een fout standbeeld. Een pleintje is anders. Een pleintje is van de mensen die er om de hoek wonen. Een pleintje kent een ritme. Wie er rondhangt, hangt er met een reden rond. En toch is het ook van vreemden, omdat ze er kunnen rusten, even kunnen zitten, ergens naar kunnen kijken. Dat leek ons precies de goede grootte.
Het domein
Op een avond in maart 2026 registreerde ik pleintje.onlinevoor zevenentwintig euro per jaar. .nl was bezet door iemand met een bouwblog uit 2009. .com stond te koop voor iets met vier nullen. .online voelde een beetje gek, maar ook een beetje toepasselijk. Iets gemoedelijk‑digitaal, alsof we iets bouwen dat zich niet schaamt om op het internet te staan zonder dat het zichzelf direct serieus neemt.
Een paar avonden later stond er een eerste pagina online. Eén zin, één invulveldje, een afsluiter, klaar. Niets te claimen, alleen iets te laten zien. Pleintje is waar het gesprek mag blijven. Toen ben ik gaan slapen en de volgende ochtend stonden er vijf mensen op de lijst. Ik kende er twee van, en de andere drie waren mensen van wie ik wist dat ze het gemis hetzelfde voelden. Dat was, als ik het zo mag zeggen, een ontroerend ochtendje koffie.
Wat de komende weken gaat gebeuren
We bouwen Pleintje openlijk. Dat betekent: wij gaan elke week iets schrijven hier, in dit Journaal, over wat we deden, wat lukte, wat niet, en wat de volgende stap is. We gaan ook beslissingen opschrijven die we zelf moeten nemen. Over hoe een tijdlijn eruit ziet, hoe moderatie werkt, hoe de stichting bestuurd wordt. Zodat je later kunt zien hoe het zo gekomen is.
De komende weken gaan we vooral ontwerpen. Hoe ziet het pleintje er eigenlijk uit? Wat staat er op een tijdlijn? Hoe weet je wie er schrijft? Wat doe je met een bericht waar je het niet mee eens bent? We hebben geen haast en we hebben een doel. Eind 2026 openen we met vijftig mensen. Daarna zien we wel.
Tot zover voor deze keer. Als je deze aflevering hebt gelezen, dan ben jij, of je het wist of niet, een van die vijftig.
Volgende aflevering: hoe ziet het pleintje er eigenlijk uit?
Komende afleveringen
Hoe ziet het pleintje er eigenlijk uit?
Wat doe je met een bericht waar je het niet mee eens bent?